Gast Column Terug naar nieuws overzicht

De Stuurbare Markt - door Arthur van de Meerendonk

image

Op deze plek wil ik vooral ook anderen aan het woord laten – mensen die naar mijn mening iets te vertellen hebben. ...

Maar bij de start van de nieuwe site van Magazijn13 wil ik wel zo onbescheiden zijn om de aftrap te verrichten. Een soort van ‘mission statement’ dus, om het maar eens in goed Nederlands te zeggen.

Marktwerking – dit is bepaald geen thema waar je jezelf populair mee maakt tegenwoordig. Maar ach, wil ik populair zijn, of wil ik voor mijn mening staan? ...
Marktwerking dus! Het is in elk geval een actueel thema. De Koninklijke Vereniging voor Staatshuishoudkunde heeft er dit jaar zelfs haar jaarlijkse pre-adviesbundel aan gewijd. Het vertrekpunt van die bundel is ook mijn vertrekpunt: ten eerste: de markt staat niet goed aangeschreven, ten tweede: dit is vooral een kwestie van negatieve beeldvorming, en ten derde: het zou goed zijn om hier wat aan te doen. Voormalig minister Bos van Financiën vond dat we in het vervolg eerder minder dan meer marktwerking moeten toelaten in het publieke domein. En ja, wanneer je de lange lijst van mislukte privatiseringsoperaties sinds het midden van de jaren ‘90 van de vorige eeuw bekijkt, dan zou je snel geneigd zijn hem gelijk te geven.
Wanneer we echter iets willen leren van de ervaringen van de afgelopen 15 jaar en niet simpelweg de oplossing zoeken in het terugdraaien van de klok, dan start dit met de erkenning dat het geen kwestie is van: de markt of de overheid. Dit zijn immers twee totaal verschillende grootheden. De markt is niets meer dan een organisatievorm, de overheid daarentegen is degene die verantwoordelijk is voor het organiseren. De markt is dus het middel wat de overheid kan inzetten om de maatschappij te organiseren. De overheid kan een deel van de uitvoering aan de markt overlaten maar kan ook zelf een stuk van de uitvoering doen. Dat is weer een andere manier van organiseren: een andere manier van aansturen.

Mijn stelling is dat veel van de tegenvallende prestaties van de markt in de publieke dienstverlening te maken hebben met een verkeerd gebruik van het sturingsinstrument. Overheden – centraal, lokaal en zelfs internationaal – gebruiken de markt niet goed.

Het valt mij altijd op dat professionals die voor private bedrijven werken – de taaldocenten, de re-integratieconsulenten, enzovoorts – met veel passie over het werk spreken en erg met hun klanten begaan zijn. Hierin verschillen private consulenten niet met hun publieke collega’s. En dat zie je niet alleen in Nederland. In Australië bijvoorbeeld, organiseren veel service providers elke week een vrijdagmiddagborrel waar hun klanten in een informele sfeer met de consulenten kunnen samenzijn. En met de vroegere klanten die inmiddels werken. Vooral die laatste groep is natuurlijk belangrijk want dat zijn de rolmodellen. En die komen ook graag om te vertellen over hun ervaringen.
In het buitenland worden de resultaten van marktwerking binnen de sociale dienstverlening sowieso veel meer onderzocht. Een recent voorbeeld is een rapport van het IFAU, een vermaard instituut dat verbonden is aan de Universiteit van Uppsala in Zweden. De onderzoekers concluderen dat marktwerking voor sommige groepen (bijvoorbeeld inburgeraars en oudere werkzoekenden) effectiever is en voor andere groepen wat minder. In elk geval zijn werkzoekenden en inburgeraars meer tevreden met de dienstverlening van private bedrijven. Hoe valt dit te rijmen met een onlangs verschenen studie van de FNV over marktwerking in de inburgering? De FNV constateert dat marktwerking leidt tot een uitholling van de kwaliteit van de dienstverlening en de arbeidsvoorwaarden van de mensen die het moeten doen. Hoe kan dat? Werkt de markt in het buitenland beter? Zijn wij dan anders dan bijvoorbeeld de Zweden? Onze inburgeraars in elk geval zeker niet want die komen uit ongeveer dezelfde landen.

Het moet hem dus ergens anders in zitten. En mijn overtuiging is dat het in de organisatie zit: in de manier waarop die markt aangestuurd wordt. Wanneer we hier oog voor hebben dan zijn we al een aardig eind. Dan kunnen we aan de slag om de uitvoeringspraktijk effectiever en klantgerichter te maken. Dit begint met de vraag: voor welk probleem kan de markt een oplossing bieden? De markt kan bijvoorbeeld een capaciteitsknelpunt oplossen. Bijvoorbeeld wanneer de eigen organisatie niet berekend is op een grote instroom van ontslagwerklozen. Maar de markt kan ook complementaire diensten leveren: deskundigheid die een overheidsorganisatie zelf niet in huis heeft. Wanneer het probleem goed in kaart gebracht is kan de vraagstelling aan de markt ook veel nauwkeuriger gespecificeerd worden. En de voorwaarden! Welke waarborgen willen we voor kwaliteit? voor toegankelijkheid? Kwaliteit heeft een prijskaartje – hoeveel hebben we over voor goede dienstverlening? Dit voorwerk is ontzettend belangrijk en het is niet voor niets dat de onlangs verschenen ‘Handreiking Goed opdrachtgeverschap’ van het Ministerie van VROM/WWI aan dit voorwerk zoveel aandacht besteedt.

Goede marktwerking – dat wil zeggen: marktwerking die ten goede komt aan de kwaliteit van de dienstverlening en niet leidt tot een uitholling van de arbeidsvoorwaarden van personeel – kan georganiseerd worden. Misschien is het de moeite waard eens in Zweden te gaan kijken…