Nieuws, feiten en achtergronden Terug naar nieuws overzicht

De re-integratiemarkt in Vlaanderen

Eind 2009 heeft er een evaluatie plaatsgevonden van de Vlaamse markt voor arbeidsbemiddeling en re-integratie. Het evaluatierapport doet een aantal suggesties voor een effectievere benutting van het instrument marktwerking.

In lijn met de internationale trend waarbij publieke en private partijen samenwerken op het terrein van arbeidsbemiddeling en re-integratie, besteedt de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) sinds 2005 een deel van haar trajecten uit aan private dienstverleners. In opdracht van VDAB en de Vlaamse overheid heeft een evaluatie van de werking van de markt en van de rol van VDAB als opdrachtgever op die markt plaatsgevonden. Het rapport komt tot de volgende interessante - ook voor Nederland - aanbevelingen: Maak aanbesteden onderdeel van een meer programmatisch (strategisch) meerjaren beleidskader. Dit maakt dat de doelstellingen explicieter benoemd zijn en dit zorgt voor transparantie en vertrouwen richting marktpartijen - deze kunnen vervolgens beter anticiperen. Maak een onderscheid tussen makkelijker plaatsbare doelgroepen waar de inzet van private dienstverleners vooral ingegeven wordt door capaciteitknelpunten bij VDAB, en moeilijker plaatsbare groepen waar private dienstverleners vooral om hun specifieke expertise ingezet worden (complementair). Dit onderscheid krijgt een vertaling in de vorm van de aanbestedingen: generiek/specifiek, landelijk/regionaal. Het rapport beveelt ook aan te zorgen voor een structuur (zowel intern als in de aansturing naar de contractpartners toe) waarin leereffecten een belangrijke plaats krijgen. Dit impliceert ondermeer een op zijn minst functionele scheiding tussen de regiefunctie en de uitvoerende functie binnen VDAB zelf. Interessant is verder dan Vlaanderen een weloverwogen keuze maakt om trajecten uit te besteden en geen modules. Er moet een heldere resultaatverantwoordelijkheid zijn, aldus de betrokken beleidsverantwoordelijken.
De evaluatiestudie is uitgevoerd door IDEA Consult in samenwerking met het advocatenbureau DLA/Piper. Arthur van de Meerendonk is betrokken geweest bij de studie als internationaal deskundige.