Nieuws, feiten en achtergronden Terug naar nieuws overzicht

De prijs van kwaliteit bij aanbesteden

Hoe geeft je als aanbestedende dienst invulling aan kwaliteit en hoe laat je kwaliteit ten opzichte van het criterium prijs meewegen? Onderzoek van ruim 6000 offertes van re-integratiebedrijven in relatie tot de geleverde prestaties toont dat een goede en afgewogen keuze van gunningcriteria de effectiviteit (i.e., plaatsing in werk) en doelmatigheid van een aanbesteding kan verbeteren.

Eind oktober 2012 heeft de Eerste Kamer de Aanbestedingswet aangenomen. De nieuwe wet treedt 1 april 2013 in werking en verplicht overheidsdiensten ondermeer om het criterium van ‘economisch meest voordelige inschrijving’ (EMVI) te hanteren. Hierdoor neemt het belang van kwaliteit als criterium voor het gunnen van overheidsopdrachten toe. Maar hoe geef je als aanbestedende dienst op een goede manier invulling aan kwaliteit? En hoe laat je kwaliteit ten opzichte van het criterium prijs meewegen? Dit zijn lastige vragen en in de praktijk worden de criteria en de onderlinge gewichten nogal eens met de natte vinger vastgesteld. Ook is er weinig empirisch inzicht in de gevolgen van de keuze voor een bepaalde gunningformule voor de uiteindelijke marktuitkomsten. Voor de markt voor re-integratiediensten hebben Pierre Koning, René Kamp en Arthur van de Meerendonk onderzocht welke gevolgen de keuze voor kwaliteitscriteria en de onderlinge gewichten heeft voor zowel de prijs als de kwaliteit van de dienstverlening. Een Nederlandse bewerking van hun paper is op 8 februari 2013 verschenen in het tijdschrift Economisch Statistische Berichten (ESB).
Uit het onderzoek blijkt dat sprake is van een afruil tussen prijs en kwaliteit. De aanbestedende dienst kan de kwaliteit van de uitvoering verbeteren door de gewichten in de aanbesteding te veranderen. Maar hier hangt wel een prijskaartje aan. Daarbij maakt het uit welke criteria voor kwaliteit gehanteerd worden. De criteria reputatie en methode zijn volgens het onderzoek effectief in het realiseren van hogere plaatsingsresultaten. Het criterium plaatsingsbelofte, daarentegen, blijkt niet erg effectief en het werkt daarbij ook nog eens prijsopdrijvend. Een andere conclusie is dat de verbeteringen in kwaliteit vooral het gevolg zijn van gedragseffecten. Anders geformuleerd, een hoger gewicht op kwaliteit maakt dat bedrijven beter hun best doen om mensen aan het werk te krijgen. Wel vragen bedrijven hiervoor een hogere trajectprijs. Maar dit vertaalt zich al snel terug in lagere uitkeringslasten en is dus vanuit maatschappelijk perspectief bezien doelmatig.